Alle eer is aan God de Vader, Jezus Christus en de Heilige Geest!

1Ik, Jacob, ben op 9 februari 1975 geboren in een gezin van 4 kinderen. De oudste, een broer van 13 jaar ou

der, een zus van 10 jaar ouder, een broer van een kleine 3 jaar ouder en ik, zei de gek, ben de hekkensluiterIn mijn eerste levensjaar veranderde er in ons gezin van alles, omdat mijn vader werd getroffen door een tragisch ongeval, wat een lange ziekenhuisperiode tot gevolg had. Het leven werd anders als in de jaren ervoor. De jaren waar ik niets vanaf wist, omdat ik nog te klein was om iets te beseffen. Wel merkte ik duidelijke verschillen in mijn kinderjaren tussen de oudste 2 kinderen en de jongste 2 kinderen. In de periode van de lagere school, was ik daar niet zo mee bezig. Ik leefde, speelde, werd geplaagd omdat mijn ouders naar een andere (dat is – een zwarte kousenkerk) kerk gingen, maar dat was nou eenmaal zo.

 

Na de lagere school ging ik naar de Havo, ik had niet geleerd te leren, deed andere dingen i.p.v. huiswerk maken, zakte terug naar de Mavo en bleef vervolgens nog een jaar zitten. In die jaren was ik veel bezig met: hoe komt het dat het zo veel verschillen zijn tussen de oudste 2 kinderen in ons gezin en jongste 2. Waarom doen zij dingen die wij niet (meer) mogen, waarom leven zij zo anders.

 

Direct na het examen van de Mavo, ben ik in dienst getreden bij een hoveniersbedrijf, en met het nieuwe schooljaar ben ik begonnen aan de deeltijdopleiding Beginnend Beroepsbeoefenaar Groen, op het AOC in Houten.

Daarmee stapte ik direct de grote boze wereld in. Keurig reformatorisch opgevoed en geschoold kwam ik, als 17 jarige, in de grote boze, seculiere samenleving. Ik was volledig onbeschermd en niet weerbaar, ik had op school, letterlijk alle geloof in God verloren. Ik werd dan ook, wat men noemt een gespleten persoonlijkheid. Ik leefde vanaf dat moment in twee werelden. Doordeweeks ging ik volledig op in de seculiere maatschappij en was er niets christelijks in mij te herkennen. Ik leefde een werelds leven in al zijn facetten. Echter in de weekenden en bij kerkelijke activiteiten, was ik een serieuze, kerkelijk meelevende jongen. Ik was een ´slimme` berekenende jongen, die zich niet heel erg afzette tegen zijn opvoeding, omdat dat ten nadele van jezelf is.

In december van dat jaar ging mijn eerste officiële werkgever failliet, althans…. d.m.v. allerlei opgaaf van redenen ontdeed hij zich van alle personeel en stond ik op straat. Ik had inmiddels geleerd overal werk te zien, dus ik trad in dienst bij een firma die kaas verwerkte. Link als ik was, begon ik zonder getekend contract, zodat ik na de eerste week zonder kleerscheuren kon vertrekken, wat ook gebeurde. Een andere collega begon als hovenier voor zichzelf, nam veel werk over van onze vorige werkgever. Bij hem trad ik in dienst daar heb ik ruim 11 jaar gewerkt in tuinaanleg en onderhoud. In die periode heb ik de opleiding BB-Groen en de opleiding ZB-Groen afgemaakt, met de daarbij behorende cursussen.

 

Zoals ik al schreef leefde ik in die eerste jaren na de MAVO een dubbel leven. Ik had een seculiere werkomgeving die mij prima aanstond en aan de andere kant refo-vrienden en familie. En één ding wist ik al heel gauw, ooit gaat het één van de twee levens worden, want leven in twee werelden is harstikke vermoeiend. Natuurlijk deed ik, in het christelijke wereldje keurig mee, met alle tradities en gewoonte. Ging naar de catechisatie, zat in de oprichting van de JV, hing rond op jongerenavonden en deed belijdenis, want zo hoort dat en het is mooi om daar de zaak mee af te sluiten en het voorkomt veel lastige vragen.

 

 

Naar mate de jaren verstreken kregen mijn refo-vrienden en vriendinnen verkering en langzaam aan werd ik, in de ogen van de anderen, een zielige, verstokte vrijgezel. Maar niets was minder waar. Natuurlijk keek ik wel wat rond, maar iets definitiefs werd het niet. Ik zocht n.l. niet bewust naar een meisje in de refo-kringen, omdat dat niet paste in mijn plannen. Ik had niets met god. Ik kon wel vroom meepraten, maar ik had niets met: “het mocht is ooit, komen staan te gan gebeuren” en “zien is nog geen hebben” en “het zal zomaar niet gaan”, dat was voor mij een dode traditie en een opgeklopte cultuur, die vroeg of laat overboord zou gaan.

Toch werd ik toen ik 23 jaar verlief op een Refo-meisje, ik kende haar al van kinds af aan en zij had toen een zelfde soort levensstijl als ik. We verloofde ons al snel, te snel, alle spaargeld werd geïnfesteerd in huis, meubels en trouwdag etc. etc. En toen zei ze op 21 augustus 1999, sorry het feest gaat niet door. Weg meisje, weg geld (althans het meeste), weg geplande toekomst.

 

Maar Jacob was sterk, en Jacob zou Jacob niet zijn, als hij zijn eigen levensplan niet zou najagen. En van één ding was ik overtuigd, meisjes zijn leuk, maar de meeste zijn niet te vertrouwen. Heel generaliserend gezegd, eerst lachen ze lief, vervolgens wordt je kaal geplukt en gedumpt.

Nee, met meisjes had ik het wel even gehad. En god, een leven van genade, vergeving van zonde, geloof, gestolen kon het me worden.

Twee keer naar de kerk ging ik wel, verplicht, omdat ik thuis woonde. Verenigingsleven van de kerk… natuurlijk, want anders hoor je er niet bij. Maar daar wilde ik vanaf, dat paste niet in het plan voor mijn leven.

 

Ik nam twee á drie weken na de verbroken verloving het besluit om touringcarchauffeur te worden, maar dat vergt wel een opleiding. D-rijbewijs, E achter D plus de bijbehorende chauffeurs-diploma’s, en dan….

Een baan bij een touroperator, meerdaagse reizen, liefst ritten van twee weken of meer. Een leven met toeristen, een leven langs de weg, hotels, vermaak, maar vooral een ongecontroleerd leven zoals ik dat zelf wilde.

In diezelfde periode, was er een meisje die mij bond, aan vereniging en kerk. Haar verkering was ook net uit, en wij verstonden elkaar. Wij hadden het allebei (op dat moment) helemaal gehad met het andere geslacht. We zochten houvast bij elkaar, en adopteerde elkaar als broer en zus. Terwijl zij net zo hard worstelde met kerk en geloof, was zij degene die mij doordeweeks en op zaterdagavond belde. Zij was degene die wilde weten hoe ik me voelde en wat ik deed. Zij deelde haar depressies, las mij woedend de les, als ik alle geloof in god en traditie in twijfel trok. Zij was woest, omdat ik alles vaarwel wilde zeggen, terwijl ze zelf net zoveel twijfels had. Zij belde mij gerust nog zaterdagsavonds na twaalven op, om mij te laten beloven naar de kerk te komen.

 

En toen, en toen, en toen…

 

Toen kwam God in mijn leven! In een door mij afgeschreven kerk, in een door mij verafschuwde traditie en een opgeklopte cultuur. Op een zondag las de voorganger/dominee, zijn schrift-gedeelte voor, Jesaja 45, waar o.a. dit staat in vers 19:

Ik heb niet in het verborgene gesproken, in een donkere plaats der aarde; Ik heb tot het zaad van Jakob niet gezegd: Zoekt mij tevergeefs; Ik ben de HEERE, Die gerechtigheid spreekt, Die rechtmatige ding verkondigt.

Dit sloeg in als een bom. Hij preekte hier niet over, maar… ik ben vernoemd naar mijn opa, en wat heeft die oude baas mij vaak gewaarschuwd, als we samen boodschappen deden.

De voorganger preekte over: Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! Want ik ben God, en niemand meer. De voorganger riep in het vuur van zijn preek en ik ben het nooit meer kwijtgeraakt:

“Als ik God was, dan was het vandaag de laatste keer, zo vaak gewaarschuwd. Zo vaak opgeroepen om je tot God te wenden. Elke keer verschuilen we ons achter het smoesje, ik kan het niet! God vraagt niet iets van ons wat wij niet kunnen. Als ik God was, dan was het vandaag de laatste keer!

Na de dienst stonden we buiten nog wat na te kletsen, de voorganger loopt langs, komt naast me staan, legt zijn hand op mijn schouder en zegt: “Zeg het maar eerlijk mijn jongen. Dat, je tot God wenden hé, dat kan je wel, maar JIJ WILT HET NIET! Wij willen niet dat Jezus Koning over ons zal zijn. We kunnen wel, maar we willen niet, dat is het probleem!” en toen ging hij weg.

Die morgen was ik om, ik heb in de auto mijn hart aan Jezus gegeven. Als U bestaat, dan ben ik hier. Ik wend me tot U! Hier ben ik, U hebt niet gezegd, zoek mij tevergeefs. God laat mij U vinden en God liet zich vinden. Simpelweg onder het rijden schonk God mij Zijn vrede.

 

En toen kwam ik thuis. Ik was toen 25 jaar oud. Ik woonde nog thuis, omdat het lekker makkelijk en goedkoop was. Ik vertelde waarover er gesproken was in de dienst en dat ik mij tot God had gewend en Zijn vrede had mogen ontvangen. Ik helemaal blij, in de volle verwachting als een soort verloren zoon ontvangen te worden. Kwam de eeuwige dooddoener: “Ach jongen, het zal zo makkelijk niet gaan! Er zal toch eerst nog wat moeten gebeuren, want de droefheid over de zonde zal diep doorleeft moeten worden!” ect, ect.

Bammmm….

 

Jacob stond binnen een uur weer met beide voeten op de grond. God had zich laten vinden! Jacob was veranderd, maar de kerk, de mensen, de cultuur en traditie bleef ongewijzigd. Jacob moest zich vooral niets inbeelden. Dat Jacob nu alles wat anders zag, dat kwam door wat er was gebeurd in het achterliggende jaar. Psychisch was dat natuurlijk zwaar geweest en daarom dacht Jacob zo, zoals hij dacht. Nee…. de meeste van mijn refo-vrienden zaten hier helemaal niet op te wachten. Jacob die met God rekening ging houden, daar is geen klap meer aan. Alleen mijn kleine (speudo)zus, die heeft het nooit in twijfel getrokken. Ze twijfelde, ze worstelde, ze wilde wel, maar durfde de zekerheid van geloof toen niet te aanvaarden.

 

Omdat zij één van de weinige was die mij verstond, trokken we nog intensiever met elkaar op. Er werd in die periode wat afgekletst. In het dorp, in de vriendengroep en in de kerk. Zij kreeg in die periode verkering met een leuke jongen uit onze vriendengroep. En ik, eerlijk gezegd, ik durfde me niet meer aan een relatie te wagen.

 

We hadden op een zaterdag in juli van het jaar 2000 een fijne avond, waar ook een harstikke leuk meisje bij was, maar…. wel 9 jaar jonger, dus voor mij onbereikbaar. Althans… ik was niet van plan een blauwtje te lopen, dus zette ik haar uit mijn hoofd. Toen ik die zaterdagavond thuis kwam, daagde ik God uit, als U wilt, dat ik opnieuw aan een relatie ga beginnen, dan moet U er zelf maar voor zorgen.

Dat weekend, werd verder een drama weekend. Roddels, verdachtmakingen, etc, etc. Kreeg zelfs het advies toch vooral ergens anders naar toe te gaan. Dat ik God uitgedaagd had was ik compleet vergeten, totdat ik die dinsdag thuis kwam en een openhartige brief trof, van dat alleraardigste meisje. God is God, en God neemt onze uitdagingen aan. Met de schrijfster van die brief ben ik nu alweer ruim 13 jaar getrouwd.

 

Met het vinden van God en met het krijgen van een relatie zwenkte ook mijn levensplan volledig de andere kant op. Ik wilde verandering, het verkeer bleef trekken, ik zat weer in het leerproces dus…. ik ging verder met het plannen van mijn leven. Ik voelde ergens diep van binnen de roeping tot verspreiding van het evangelie, maar toch ging ik in de jaren erna verder met een rij-instructeursopleiding.

 

Ik trouwde in 2003 met Antje en begon een nieuwe carrière als rij-instructeur en startte daarnaast mijn eigen rijschool. Alleen wat ik nog niet geleerd had, dat was vragen naar wat Gods plan voor mijn leven was. Aanvankelijk groeide in die eerste jaren de bomen tot in de hemel, we zagen alle voorspoed als zegen van God, maar we leefde ten diepste ons eigen leven.

 

In 2004 mocht ons huwelijk gezegend worden met de geboorte van onze dochter Matthea Anne Jacoba (Matthanja). In 2005 was onze 2de kindje opkomst. We woonde nogal klein, daarom gingen we verhuizen. Op de dag van de sleuteloverdracht ging het mis. We verloren ons kind, waarvan niemand nog iets wist, midden in die hectische tijd van verhuizen. Een maand later verloor ik mijn baan als instructeur, terwijl de eigen onderneming nog niet draagkrachtig genoeg was, om een volledig inkomen te genereren.

 

Geestelijke en maatschappelijke crisis, God wat wil U ons zeggen? Welke kant moeten we op? Wat wil God van ons? Solliciteren… als wat? Hovenier, produktie-zager, rij-instructeur, taxi-, touringcar- of vrachtautochauffeur? We raakten in die tijd veel contacten kwijt, want als God je zo tegenkomt is er iets mis in je leven. Eén van de weinige contacten die overbleef was het contact met mijn (pseudo)zus.

Het was een periode van solliciteren… Bij alle sollicitaties werd ik afgewezen, tot er één was die z’n afwijzing introk. Vanaf dat moment was ik touringcarchauffeur en begon ik aan een nieuwe carrière en aan een heuse huwelijkstest. In dat beroep gaat je hele sociale leven naar de Filistijnen. Binnen 3 maanden wist ik dit gaat het niet worden, maar daarmee heb je nog geen andere baan.

 

In die tijd kwamen we op een interkerkelijk bijbelstudiegroep, en kregen we zicht op… de genadige voorzienigheid van God en het voor de 100% gered worden/zijn door het bloed van Jezus.

Maar ook… de 100% eigen verantwoordelijkheid (eigen keuze) voor je eeuwig behoud.

We zullen zelf het verlossende werk, dat Jezus voor de volle 100% heeft volbracht moeten aannemen/aanvaarden. Jezus zegt: “Ik sta aan de deur en ik klop……” Wij moeten opendoen… Wij hoeven niet te wachten tot Jezus de deur zal openbreken, want geloof me, dat gaat niet gebeuren. God wil uit liefde uit vrije wil gediend worden, Hij houd zoveel van ons, dat Hij onze keuze respecteert. Dat botste zo met ‘onze’ reformatorische kerk, dat alle dialoog onmogelijk werd. We bleven daardoor vaker uit de kerk, wat geen bevrediging gaf. Toen we na enige tijd bij een Vrij Evangelische Gemeente een dienst bijwoonde, zijn we daar blijven hangen.

 

Na negen maanden touringcarchauffeur te zijn geweest, kon ik bij mijn huidige werkgever aan de slag. Een gebedsverhoring, niet het beroep wat ik als eerste op mijn planning had staan. God had, denk ik zoiets van… Ik gaf jou een rijbewijs voor een vrachtauto, dus ga je voorlopig rijden op een vrachtauto. Een redelijke regelmatigheid, alle avonden thuis eten met je gezin e.d.

 

Ons gezin breidde zich uit, onze derde zwangerschap werden gezegend met een tweede dochter, Anneke Johanna (Jowanne) kort daarna breidde ons gezin zich nogmaals uit, en werd ons een derde dochter toevertrouwd, Lydia Elianne (Lizette). Die twee zwangerschappen liepen gelijk op met de zwangerschappen van mijn (pseudo)zus, alsof op één of andere manier onze levens met elkaar vervlochten waren. Onze twee jongste dochters en haar twee jongste zonen schelen slechts enkele dagen in leeftijd.

 

Alles leek redelijk, maar toen….

 

In 2010 kreeg Antje darmklachten, na onderzoek werd een chronische darmziekte geconstateerd met alle mogelijke consequenties.

Februari 2012 wordt mijn (pseudo)zus op 29 jarige leeftijd, door haar Heer’ en Heiland thuisgehaald na een tragisch ongeval.

In de Herfstvakantie van 2012 komt Antje in het ziekenhuis door verkeerd medisch handelen t.a.v. haar chronische kwaal, door de mdl-arts. Ze gaat zo snel achteruit, dat er nog twee mogelijkheden overblijven. ’s Avonds na het bezoekuur, krijg je dat aan de balie van de afdeling te horen. A: Een medicijn via het infuus en als dat niet aanslaat B: een darm-verwijderende operatie, maar meneer De Leeuw: “houd u er rekening mee, het kan ook fout aflopen. Prettige avond nog en tot morgen”. Dat was een lange nacht, God dank, God verhoorde de vele gebeden, het medicijn sloeg wonder wel snel aan.

Jaren gaan snel, de gemeente waar we lid waren geworden, bleek toch ook een gemeente buiten het paradijs. We begonnen geestelijk wat uitgehongerd te raken, dus dan ga je bijsnoepen, om verzadigd te raken. Als je uitgehongerd ben, ben je ook vatbaar voor de boze. Op een zondagmorgen hadden wij thuis een ontzettende ruzie, toen we tot bezinning kwamen realiseerde wij ons dat we daarmee het mooiste van de dag aan ons voorbij hadden laten gaan, de dienst. Op internet gezocht, want Antje had ergens iets gelezen over een nieuw gestarte gemeente in Meerkerk. Zo kwamen we in deze kleine net gestarte gemeente terecht….

 

Deze gemeente is nog klein en er is oog voor elkaar. Er waren daar al snel mensen die merkten (gewerkt door de Heilige Geest) dat ik ergens mee worstelde. Al jarenlang wist ik dat de belijdenis, die ik op 13 april 1998 had uitgesproken, geen belijdenis was geweest, maar een leugen!

Ik geloofde namelijk helemaal nergens is, zelfs niet dat de bijbel de waarheid zou zijn. Ik had slechts al die traditionele handelingen gedaan om lastige vragen te omzeilen.

 

De tweede worsteling waar ik mee zat, was dat ik de roeping die God op mijn hart had gelegd, in de wind had geslagen. Ik had het weleens gedeeld, dat ik me geroepen voelde tot verkondiging van het evangelie, maar de oudstenraad blokte elke medewerking en ondersteuning af. En Jacob gaf deze mannen grif gelijk en daarmee ging hij net als Jona van weleer rechtstreeks de andere kant op. Jacob ging weer een weg op die God niet voor hem bedoeld had.

De leiding, de voorgangers en gemeenteleden van deze kleine gemeente moedigen je aan en bidden met je om de leiding van de Heilige Geest, ook als je er zelf niet om vraagt.

 

Na een jarenlange worsteling voelde ik van Godswege, dat ik mijn leugenachtige belijdenis moest herroepen. Belijden dat deze belijdenis, geen belijdenis was van geloof in God.

 

Stapje voor stapje heeft God mij laten zien, door preken, getuigenissen,

bijbelstudies, door de werking van de Heilige Geest. Jacob… gehoorzaam Mij… belijd je

leugen van weleer openlijk!

2

Belijd Mij, oprecht, eerlijk en openlijk en Iaat je dopen in geloof…….

Mijn ouders hebben mij als kind laten dopen door besprenkeling en daar ben ik ze dankbaar voor! Daarmee hebben ze mij bij God gebracht, en een teken van Gods verbond meegegeven, zoals de besnijdenis van weleer, (zo ervaar ik het) ze hebben mij met hun beste kunnen en weten opgevoed, maar geloof en bekering konden ze mij niet geven. God heeft daarmee gezegd dat ik bij Hem hoorde vanaf mijn kinderjaren. Door Zijn liefde heb ik zelf de keuze voor Jezus mogen maken. Wie zou zoveel rijkdom opgeven, om te sterven aan een kruis, om mij te redden, om tegen mij te zeggen:

 

Ik….   Jezus, deed dit Speciaal voor Jou.

Daarom…

          3Heb ik mij op 5 juni 2016 laten dopen!

 

 

Ik zal (samen met ons gezin) op zoek gaan naar de weg en

de roeping die God voor mij (en ons gezin) heeft!

 

Wees gezegend!